We vernamen het overlijden van Ivan Bellio. Hij was één van de eerste actieve leden van onze Senior Army. We blikken terug op zijn verhaal.

 

Het verhaal van Ivan

Ik mag met een gerust gemoed stellen dat ik vandaag fier mag terugkijken op een leven met héél veel mooie en plezante momenten. Sommige van de zwart-wit foto’s die bij dit verhaal worden afgedrukt, zouden soms een andere indruk kunnen geven. Zoals die foto voor ons ‘huis’. Mijn vader en moeder zijn in 1938, net voor de oorlog, vanuit Italië naar België gekomen. Mijn vader werkte, zoals alle gastarbeiders in die tijd, in de mijn. En erg breed hadden de pas aangekomen migranten het niet. In die eerste jaren woonde ons gezin van vader, moeder en vier kinderen op Driehoeven in een oude tramwagon Misschien geen luxe woning, maar wel een gezellige thuis. En overal rondom alleen maar open weidegrond. Een gedroomde speeltuin voor kleine kinderen.

Ik kwam op de wereld op 13 november 1946.  Toen ik pas twee was, overleed mijn papa. De eerste jaren maakte ons gezinnetje een moeilijke tijd door. Wij verhuisden wel naar een ‘echt’ huis in Park van Genk, Houthalen. Toen ik daar naar de lagere school ging, begon de voetbalmicrobe al te kriebelen. Elke speeltijd werd gebruikt om matchkes te spelen. Lang voordat er sprake was van ‘scouting’ werd er in de scholen toch al gespeurd naar jonge voetbaltalenten. En zo kwam ‘Moske’ Mantels, die in de Rozenstraat vlakbij de school woonde, regelmatig eens kijken of er geen nieuwe spelertjes voor THOR Waterschei tussen liepen. Moske was op dat moment de razend populaire linksbuiten van THOR en vormde later met de pijlsnelle rechtsbuiten Jean Leroux en de legendarische spits Leon Ritzen de beste voorhoede van België.

Op een dag daagde Moske Mantels bij ons thuis in de Essenstraat op om een praatje te slaan met mijn ouders en hen te overtuigen om als jeugdspeler te tekenen bij THOR. Dat moesten ze mij natuurlijk geen twee keer vragen! Van dan af reed ik fier als een gieter op mijn klein fietske samen met de echte Moske Mantels naar de trainingen aan het André Dumont-stadion.

Ik begon als 8-9 jarige bij de miniemen. Blijkbaar kon ik toch een stukske voetballen want ik schoof in de gloriejaren van THOR Waterschei mee door naar de kadetten, scholieren en junioren. Samen met latere topspelers als Campana, Hapec, Gubanski, Vangeneugden en Velser heb ik als junior - beloftenploegen waren er toen nog niet - genoten van enkele schitterende voetbaljaren. Toen ik na een meniscusoperatie aan de linkerknie in het André Dumont ziekenhuis lag, kwam de hele juniorenploeg samen met de afgevaardigde mij daar bezoeken.

                  

 

In dezelfde periode ben ik, om het voetbal af en toe even opzij te zetten, gestart met muzieklessen. In mijn eerste jaar kreeg ik zelfs aan huis notenleer van Mathieu Vanhees, muziekleraar aan de Muziekacademie van Genk en in die tijd een bekend guitarist en componist. Maar mijn voorkeur ging uit naar de accordeon. Toen ik dat instrument voldoende onder de knie had, ging ik als veertienjarige al met een orkestje spelen in een café in Waterschei. En, om een lang verhaal kort te houden: dat orkestje gaf enkele jaren later de start aan de carrière van John Terra. Zo was ook ons orkestje gelanceerd. Ik bleef nog een aantal jaren doorgaan met muzikale optredens in Genk en ver daarbuiten.

Ik had ook een stamcafé. Natuurlijk kort bij een voetbalplein. Bij het plein van Park FC lag toen, en nu nog altijd, café Centrum. Het toeval (?) wilde dat juist in dat café een knap en lief meiske werkte. Ze heette Lizette. Op een dag zei ik tegen mijn beste vriend Michel, die intussen overleden is: ‘Awel, Michel, ziet ge dat meiske dat nu de vensters aan het wassen is? Dat wordt ze!’. ‘Awel, dat wil ik dan nog wel eens zien’, antwoordde Michel. En toch is het gegaan zoals ik voorspeld had. Ik heb er wel wat voor moeten werken, maar ik was verkocht aan dat meiske. En ik ben het nog altijd!

 

Toen ik zelf, ook al omdat ik gekozen had voor mijn muzikale activiteiten, gestopt was met voetballen bij THOR bleef ik wel actief in de lagere afdelingen. Ik speelde nog heel veel jaren bij Park Houthalen. En natuurlijk werd ik fanatiek supporter van mijn oude ploeg. En later van de fusieclub KRC Genk.

Toen Davy Vanhaen wilde starten met de Senior Army, kwam hij in zijn zoektocht ook bij mij terecht. Zoals al die andere Senior Armiërs mocht ik mij persoonlijk gaan voorstellen. Als oud-speler en fanatiek supporter paste ik volgens Davy perfect in dat groepje. Zo ging voor mij de bal aan het rollen. En ik heb het mij nog geen seconde beklaagd dat ik mij bij dat clubje heb aangesloten.

De hele KRC-familie betuigt haar medeleven aan familie en vrienden en wenst hen veel sterkte.